Waarom elk team een krijsende rat nodig heeft
Helemaal achterin het boek van Saskia Schepers – “Als alle breinen werken”, kwam ik het gedicht “Kanariepietje” van Brechje Mensch tegen.
Mijn moeder zei dat ik een kanariepietje was,
ze zei dat,
toen ik nog op de middelbare school zat.
Een koploper,
iets kwetsbaarder dan de rest.
Degene
die als eerste om zou vallen,
de eerste, niet de enige.
Want het systeem dat klopte niet.
(zie voor het hele gedicht “Als alle breinen werken”)
Ik had een brok in mijn keel toen ik het hele gedicht gelezen had. Zo had ik me soms ook gevoeld. Te moeten vechten wanneer ik alleen maar gewoon wilde werken.
De laatste tijd ben ik steeds meer aan het lezen en leren over neurodiversiteit en inclusiviteit en het belang daarvan voor teams, organisaties en bedrijven en dan denk ik onder andere aan dit gedicht.
Maar mijn gedachten gaan verder. Mijn vrouw en ik gaan vaak naar de Harz in Duitsland. Daar hadden ze van oudsher veel mijnen en daar was ik het verhaal over het kanariepietje natuurlijk ook tegen gekomen. Maar ze vertelden er nog wat bij. Ze hadden namelijk gemerkt dat kanariepietjes zwak zijn en zeker in die tijd duur. Verder viel het niet altijd op bij de opzichter, wanneer er een kanariepietje op de bodem van zijn kooitje lag. Het was tenslotte aardedonker in de mijn.
Vandaar dat er in de meeste mijnen werd overgestapt op ratten. Die zaten toch al volop beneden in de mijnen en die beestjes waren ook zeer gevoelig voor onzuivere lucht. Alleen, wanneer ze merkten dat de lucht onzuiver werd, dan stierven ze niet direct. Dan begonnen ze onrustig in de kooitjes heen en weer te lopen en begonnen keihard te krijsen. Krijsende ratten was het nieuwe teken dat er iets mis was. Dat er iets kwalijks aan de hand was. Voordat één van de mijnwerkers door had dat er iets fout was, begonnen de ratten al te krijsen.
Elke opzichter kreeg dan ook een kooitje met ratten mee de mijn in en wist dat hij goed moest opletten wanneer de ratten begonnen te krijsen. Omdat er dan iets goed fout was.
Ik weet dat ik binnen de verschillende bedrijven en organisaties waar ik gewerkt heb, me soms gedragen heb als een krijsende rat. Wanneer ik zag dat er dingen niet klopten. Dan stelde ik vragen. Dan liep ik gefrustreerd rond en probeerde duidelijk te maken wat er veranderd moest worden. Soms hielp het, maar soms ook niet.
Nu besef ik dat een krijsende rat een teken is van onzuivere lucht; een teken dat nog niet door anderen wordt opgepikt, omdat het voor hen nog niet gevaarlijk is, nog niet.
Ik wens elke organisatie, elk bedrijf en elk team een stel ratten toe. Ratten die krijsen.
Friso Feenstra
